Handel en ontwikkeling
Handel en ontwikkeling
JA21 standpunten
Internationale vrijhandelsverdragen bevorderen de handel. Daarbij dienen de belangen van Nederland goed in het oog te worden gehouden. Ontwikkelingshulp houdt landen gevangen in een relatie van blijvende afhankelijkheid. Bezuinig op het budget, focus op noodhulp en maak ontwikkelingssamenwerking zakelijker. Ons beleid moet migratiestromen helpen indammen. Vanuit het groeifonds kan in Caribisch Nederland worden geïnvesteerd.

JA21 wil:

  • Handelsverdragen afsluiten die de belangen van Nederland behartigen en die evident in het voordeel zijn van ons land, waarbij een veto dient te worden uitgesproken als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan.
  • Ontwikkelingshulp afbouwen tot maximaal het gemiddelde niveau van de EU-lidstaten.
  • Ontwikkelingshulp relateren aan concrete projecten, waarbij bestedingen en realisatie aan Nederland te worden gerapporteerd en bij meerdere mislukkingen de ontwikkelingshulp wordt gestopt.
  • Effectievere noodhulp en het indammen van migratiestromen vanuit het Midden-Oosten en Afrika.
  • Dat landen van herkomst de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers accepteren en als ze dat niet doen, zoals onlangs Marokko, Nederland stevige tegenmaatregelen treft zoals het intrekken van financiële steun of landingsrechten.
  • In Caribisch Nederland vanuit het nationaal groeifonds investeren in betere infrastructuur, havenfaciliteiten en het stimuleren van de landbouw.

Lees verder over dit onderwerp.
JA21 is voorstander van internationale vrijhandelsverdragen. Met grensoverschrijdende handel verdienen we ons geld. Maar handelsverdragen moeten wel eerlijk zijn voor Nederland. Bij EU-handelsverdragen worden de Nederlandse belangen echter vaak ondergeschikt gesteld. JA21 vindt dat behalve multinationals ook het Nederlandse mkb van vrijhandelsverdragen moet profiteren. Onze boeren moeten er hun voordeel mee doen. Bij afspraken over vrijhandel zijn verder voedselveiligheid en internationale arbitragehoven een zorg. Als een vrijhandelsverdrag onder de streep niet in het belang is van Nederland, moet de regering een veto durven uit te spreken.

Internationale organisaties zoals VN, WHO, IMF en Wereldbank zijn immense bureaucratieën met de neiging tot in het oneindige uit te dijen. Wat JA21 betreft, gaan zij terug naar de kerntaken waarvoor zij ooit zijn opgericht. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter om de grondwettigheid van wetten en verdragen te beoordelen. De democratische rechtstaat, in het licht ook van het nationaal belang, kan worden versterkt door het toetsingsverbod af te schaffen. Het oprichten van een constitutioneel hof, zoals in Duitsland, biedt de mogelijkheid om scherper toe te zien op de verenigbaarheid van wetten en verdragen met onze Grondwet dan in de huidige situatie, waarin dit aan de wetgever is overgelaten.

Ontwikkeling en economische groei van landen zijn gebaat bij beschermen van eigendom, bestrijden van corruptie, stimuleren van kennis en bouwen aan een infrastructuur die vooruitgang mogelijk maakt. Nederland kan duurzame groei stimuleren door vrije handel te bevorderen en handelsbelemmeringen weg te nemen. Ontwikkelingshulp dient te zijn gerelateerd aan concrete projecten, waarbij bestedingen en realisatie aan Nederland dienen te worden gerapporteerd. Bij meerdere mislukkingen wordt de ontwikkelingshulp gestopt. Tenslotte werken we op deze wijze ook met binnenlandse subsidies. De centrale thema’s voor JA21 zijn goed bestuur, watermanagement en onderwijs. Door tientallen jaren naïef ontwikkelingsbeleid met de beste bedoelingen, vage doelstellingen en geen verantwoording zijn echter miljarden euro’s in een bodemloze put gestort. De huidige vorm van ontwikkelingshulp houdt landen gevangen in een relatie van blijvende afhankelijkheid van donaties in plaats van dat ze werkelijk zelfstandig worden. Nederland kan deze zinloze exercitie zonder problemen stoppen. JA21 wil daarom de Nederlandse ontwikkelingshulp verminderen naar maximaal het gemiddelde van de EU-landen. Het budget wat overblijft, dient primair te zijn bestemd voor het verlenen van noodhulp.

JA21 wil daarnaast inzetten op effectievere noodhulp en het indammen van migratiestromen vanuit het Midden-Oosten en Afrika. Om stromen van kansarme migranten te stoppen, is het van belang te investeren in de relaties met landen die kampen met een uitstroom van inwoners. De terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers moet door het land van herkomst worden geaccepteerd. Als een land daar niet aan wil meewerken, zoals onlangs Marokko, moeten er wat JA21 aangaat stevige tegenmaatregelen komen, zoals het intrekken van financiële steun of landingsrechten. Om zeggenschap te krijgen over eigen beleid, dient Nederland het VN-Migratiepact op te zeggen en het EU-Migratiepact af te keuren.

Non-gouvernementele organisaties moeten voor hun eigen financiering zorgen. De inzet dient te zijn gericht op het verlenen van noodhulp in geval van ernstige rampen en het verlenen van assistentie aan landen in geval van crises.

JA21 wil in Caribisch Nederland vanuit het nationaal groeifonds investeren in betere infrastructuur, havenfaciliteiten en het stimuleren van de landbouw.



Verberg extra tekst.