Integratie en Nederlandse identiteit
Integratie en Nederlandse identiteit
JA21 standpunten
Nederland heeft een eeuwenoude geschiedenis die ons land gevormd. We zijn trots op onze identiteit en we verwachten van nieuwkomers dat zij in de heersende cultuur integreren. Nederlandse wetten en Westerse waarden gaan boven de islam. Identiteitspolitiek splijt het land. In plaats van te morrelen aan grondrechten dient de overheid zich als hoeder op te werpen van de zorgvuldige balans tussen verschillende rechten en vrijheden.

JA21 wil:

  • Dat nieuwkomers de Nederlandse taal leren en de vaste wil aan de dag leggen om te doen wat nodig is om als Nederlander in Nederland te wonen en te leven.
  • Vrijheden, kansen, rechten en plichten over en weer voor iedereen op gelijke voet toepassen, waarbij de overheid geen identiteitspolitiek voert met het afdwingen van quota en opleggen van vertegenwoordigingen op basis ven groepsdenken waardoor verhoudingen op de spits worden gedreven en de samenleving splijt.
  • Waar de islamitische leer botst met onze vrije, westerse waarden, normen en wetten garanderen dat die laatste altijd prevaleren.
  • Buitenlandse financiering van moskeeën en islamscholen verbieden.
  • Het Nederlanderschap ontnemen van wie zich in het buitenland aansluit bij jihadbewegingen.
  • Een overheid die voor een gelijk speelveld zorgt waarop iedereen zich vrij kan bewegen, met overheidsdienaren die een vertrouwenwekkende neutraliteit uitstralen.
  • Burgers die zich zonder vrees frank en vrij kunnen beroepen op hun grondwettelijke rechten en vrijheden, ook in de openbare ruimte.
  • Voorkomen dat aan fundamentele grondrechten wordt gemorreld op basis van politieke overwegingen die geen recht doen aan de zorgvuldig te bewaken balans van rechten en vrijheden waarvan onze Grondwet de zorgvuldig samengestelde weerslag bevat.
  • De vrijheid van burgers waarborgen om zich tot en met elkaar te verhouden zoals de wettelijke kaders dat mogelijk maken en zich te verenigen met wie zij willen, in plaats van als overheid dwingend de neiging aan de dag te leggen om voor te schrijven hoe het leven moet worden geleefd.

Lees verder over dit onderwerp.
Respect voor de wet mag worden verwacht van iedereen die in Nederland woont en verblijft. Dat is een minimum. De basis voor succesvolle integratie is het deel willen uitmaken van de samenleving en daaraan zelf willen bijdragen. Het betekent actief aan de Nederlandse economie bijdragen. Dit veronderstelt geen monotone eenvormigheid. Wat het wel veronderstelt, is de vaste wil om te doen wat nodig is om als Nederlander in Nederland te wonen. Om deel te worden van een land met een eeuwenoude geschiedenis, een eigen identiteit, culturele tradities, gewoonten en gebruiken die Nederlanders koesteren en waar zij trots op zijn. Van nieuwkomers wordt zonder meer verwacht dat zij de Nederlandse taal leren en willen integreren in de dominante cultuur.

We hebben gezien dat met name de islam en de radicale aanhangers daarvan zich slecht verhouden tot onze vrije, westerse waarden en normen. Dit uit zich in onwenselijke invloeden in onze samenleving, variërend van de weigering te integreren tot bloedige terreur. Vanzelfsprekend heeft iedereen het recht om in Nederland zijn of haar geloof te belijden, maar we stellen wel harde grenzen. Waar de islamitische leer botst met onze wetten, waarden en normen, zullen die laatste altijd prevaleren. Buitenlandse financiering van moskeeën en islamscholen moet worden verboden. Islamitische uitingen mogen het straatbeeld in onze steden niet domineren. Er komt een beperking op aantallen en hoogtes van minaretten en een verbod op versterkte gebedsoproepen. De Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding verbiedt in het openbaar vervoer, in en rond scholen, overheidsinstellingen en zorginstellingen kleding die het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of onherkenbaar maakt. JA21 wil het boerkaverbod naar alle openbare plekken uitbreiden, dus ook op de straat. Wie zich in het buitenland aansluit bij islamitische jihadbewegingen, wordt het Nederlanderschap ontnomen.

Met elkaar leven in Nederland, betekent voor JA21 erkenning van het belang van onze Grondwet, die de kernwaarden waaraan onze samenleving betekenis toekent bevat. Immigratie en integratie roepen de behoefte op om te weten wat de basis van herkenning inhoudt voor leven in Nederland. In ons land geldt gelijkheid voor de wet. Vrijheden, kansen, rechten en plichten over en weer zijn voor iedereen in gelijke mate van toepassing. Dat geldt eveneens voor verschillende groepen die in de samenleving kunnen worden onderscheiden. Welke diversiteit er is ook is en mag zijn, de Nederlandse samenleving is niet ingedeeld op basis van groepskenmerken die ook nog eens flink worden uitvergroot. Een overheid die identiteitspolitiek voert, polariseert verhoudingen en splijt de samenleving.

Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. De uitwerking van het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet hoort primair van toepassing te zijn op de relatie van de staat met haar burgers. Zogenaamde positieve discriminatie aan de hand van groepskenmerken doet de waarde van individuen tekort en stigmatiseert de betreffende groep. Wat begripvol en behulpzaam is bedoeld, ondermijnt de gelijkheid voor de wet. Het afdwingen van allerlei quota en het opleggen van verondersteld evenredige vertegenwoordigingen op basis ven groepsdenken hoort voor JA21 niet thuis in een democratische rechtstaat die de waarde van het individu onderschrijft en beschermt.

Van de overheid verwacht JA21 neutraliteit. De overheid zorgt voor een gelijk speelveld waarop iedereen zich vrij kan bewegen. Van de overheid mag dan ook worden verwacht dat deze een vertrouwenwekkende neutraliteit uitstraalt. Gezagsdragers zijn herkenbaar aan hun uniform of ambtskleding. Ambtenaren stellen zich neutraal op jegens iedereen met wie zij in functie te maken krijgen.

Daar waar de overheid neutraal is, zijn burgers dat per definitie niet. De Grondwet bevat rechten en vrijheden die diep zijn geworteld in de Nederlandse geschiedenis. Hierin wordt mede de Nederlandse identiteit weerspiegeld. Burgers moeten zich frank en vrij kunnen beroepen op de grondwettelijke vrijheden. Zo is een belangrijk verschil tussen een democratische rechtstaat en een dictatuur de vrijheid van meningsuiting. Uitgerekend in de westerse wereld wordt opgeroepen tot zwijgen, wegkijken en zelfcensuur. De overheid dient echter krachtig te staan voor dit grondrecht, ook als het onwelgevallige meningen betreft. De openbare ruimte is in de optiek van JA21 bij uitstek de aangewezen ruimte waar meningen haaks op elkaar mogen staan. In plaats van de grenzen van het openbaar debat aan te scherpen, hoort de overheid – zowel de wetgevende als de uitvoerende als de rechterlijke macht – pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting

De Grondwet bevat een delicaat stelsel van rechten en vrijheden. Deze kunnen met elkaar botsen en schuren. Dat is inherent aan hun karakter en hoort bij een vrije samenleving. Een overheid die de hoeder is van de rechten en vrijheden van iedere persoon, ziet er wat JA21 aangaat scherp op toe dat de waarde van grondrechten niet de speelbal wordt van politieke doelstellingen en inzichten. In lichtzinnig schuiven met fundamentele rechten om aan de wens van de meerderheid tegemoet te komen, ligt de kiem van tirannie ten opzichte van minderheden besloten. De overheid dient gepaste afstand te houden tot opportunistisch sleutelen. Grondrechten zijn geen bepalingen die lukraak kunnen worden veranderd of afgedankt omwille van de politieke populariteit van het moment.

In de Grondwet ligt het wijze besef besloten dat persoonlijke individuele vrijheid een collectieve, organisatorische dimensie nodig heeft om tot bloei te komen. De waarde van de bescherming van individuen komt ook tot uiting in grondrechten die hen de vrijheid en ruimte toekennen om zich collectief te organiseren. Zonder dit maatschappelijke weefsel bestaat er een gapend gat tussen individu en staat. In dat gat zal het individu het onderspit delven tegenover een staat die steeds dwingender de neiging aan de dag zal leggen om voor te schrijven hoe het leven moet worden geleefd. De vrijheid van vereniging, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en de vrijheid van onderwijs zijn uitingen van de erkenning van de absolute noodzaak van een samenleving om zich vrij te kunnen organiseren. Burgers zijn vrij op basis van de grondwettelijk gegarandeerde vrijheden om met anderen om te gaan en zich te verenigen met wie zij willen. JA21 zet zich ervoor in dat daarmee zorgvuldig wordt omgegaan. De staat onthoudt zich van identiteitspolitiek zodat haar onderdanen zich in vrijheid met elkaar kunnen verhouden zoals zij zich dat, met inachtneming van de wet en de verantwoordelijkheid tegenover elkaar als medeburgers, willen.



Verberg extra tekst.