Klimaat en milieu
Klimaat en milieu
JA21 standpunten
Ons land aanpassen aan het klimaat is een beter begaanbare weg dan het klimaat aanpassen voor ons land. Zo kan klimaatbeleid worden ontkoppeld van de vraag naar de toekomst van de energievoorziening. Dat lost de hypotheek van de onvoorstelbare belasting van windturbines, zonnevlaktes en biomassacentrales op het landschap af. Evenwichtige omgaan met ons cultuurlandschap, met inzet van alle belanghebbenden, is geboden.

JA21 wil:

  • Klimaatadaptatie, dus aanpassing aan het klimaat, om de gevolgen van klimaatverandering te ondervangen in plaats van vruchteloos strijd voeren tegen het klimaat zelf.
  • Het ontkoppelen van klimaatdoelstellingen en energiebeleid, zodat ons landschap blijft gespaard en we een nuchter energiebeleid kunnen voeren.
  • Stoppen met windturbines op land en in zee, met zonnevlaktes en met biomassacentrales.
  • Windturbines en zonnevlaktes na de economische levensduur van vijftien tot twintig jaar laten ontmantelen, waarbij het terrein waarop ze zijn geplaatst in de oorspronkelijke staat met de oorspronkelijke bestemming wordt teruggebracht.
  • Zorgvuldig omgaan met ons landschap zonder daarbij eenzijdig voor activistische deelbelangen te kiezen.
  • Het voortzetten van een strikt milieubeleid om lucht, water en bodem schoon en gezond te houden.

Lees verder over dit onderwerp.
Economische grootmachten die voor een substantieel deel van de CO2-uitstoot verantwoordelijk zijn, hebben zich niet gebonden aan het Akkoord van Parijs als onderdeel van het Klimaatverdrag dat de opwarming van de aarde marginaal wil intomen. Alleen al de groei van de wereldbevolking doet alle veronderstelde winst die Nederland kan boeken teniet. Er bestaat meer dan voldoende reden om ons te richten op aanpassing aan het klimaat in plaats van het klimaat aan te passen. Laat klimaatadaptatie nu uitgerekend een terrein zijn waarin Nederland tot de wereldtop behoort. Klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering te ondervangen brengt ontkoppeling mee van klimaatbeleid aan energiedoelstellingen. In plaats van het terugdringen van de uitstoot van CO2 wordt het doel omgaan met veranderingen die we niet betekenisvol kunnen tegenhouden (zelfs niet met een paar nullen achter de komma), in plaats van er vruchteloos strijd tegen te voeren. Maatregelen nemen die bewust en doordacht op deze veranderingen in het klimaat inspelen, maken ons minder kwetsbaar en bieden nieuwe kansen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. Zo kijkt JA21 hier tegenaan. In plaats van de onhaalbare ambitie om het klimaat aan te passen kan het geld beter nuttig worden besteed. Met een ervaring van eeuwen als basis, resulterend in polders, dammen, waterkeringen, dijken en Deltawerken, heeft Nederland de kennis en deskundigheid in huis om in te zetten op aanpassing. Het treffen van maatregelen tegen wateroverlast, bescherming tegen hoog water, inspelen op droogte en hitte, de ruimtelijke ordening inrichten op klimaataanpassing vergt miljarden euro’s aan investeringen. Kortom, de aangewezen route voor Nederland is geen mitigatie, maar adaptatie. Bijstelling van het klimaatbeleid is vereist om deze richting in te slaan. Als we ons aanpassingsvermogen verder vergroten, zijn we nóg beter in staat met opwarming of afkoeling om te gaan. Het geld voor adaptatie wordt nuttig besteed aan onderzoek en innovatie in onze kenniseconomie, niet weggegooid aan subsidie voor te dure en inefficiënte energiebronnen.

Blijft het terugdringen van CO2 overigens toch een doelstelling, dan graag praktisch verantwoord, stap voor stap, voorzien van draagvlak, haalbaar en betaalbaar. Niet door star vasthouden aan theoretische modellen, maar door openstaan voor innovatie en nieuwe ontwikkelingen. Want ons land is door mensenhanden gevormd. Er is geen ongerepte natuur in Nederland. Zo zijn onze bossen aangelegd, door afplaggen ontstonden heidegebieden en door nog extremere natuurvernietiging ontstonden zandverstuivingen. Zelfs de Veluwe is eerst volledig ontbost voor de lokale ijzerproductie, daarna afgeplagd tot er weinig meer groeide, en ten slotte weer beplant met bomen om hout te leveren aan de Limburgse mijnen. Als de mens niets zou doen, zou al deze ‘natuur’ na verloop van tijd weer in een boslandschap veranderen. Dat is het resultaat van het natuurlijke verloop van de groeiprocessen op onze breedtegraad. Het Nederlandse landschap is een cultuurlandschap. Een mooi en geliefd landschap, dat steeds verder wordt aangetast door pressiegroepen met deelbelangen. Een van de oorzaken daarvan is in de visie van JA21 dat het Nederlandse landschap niet meer integraal wordt bekeken, maar is verkaveld in ‘natuur’ en ‘landbouw’. En dat terwijl het landschap bestaat uit beide categorieën. Een integrale visie op landschap is daarom noodzakelijk.

Daarvoor vindt JA21 ontkoppeling van klimaatbeleid en energiedoelstellingen nodig. De industrialisering van het landschap door windturbines en zonnevlaktes staat in geen verhouding tot de veronderstelde opbrengsten in duurzaam rendement en afname van broeikasgassen. Er komen duizenden windturbines groter dan de Euromast op land en ter grootte van de Eiffeltoren op zee. Windturbines zorgen voor horizonvervuiling en voor gezondheidsproblemen door slagschaduw en laagfrequente tonen. Na de levensduur zorgt ontmanteling en verwerking van schroot voor een volgend en nog niet opgelost milieuprobleem. Ook in zee gaat het de verkeerde kant op. Het geplande grootschalige netwerk van windturbineparken in de Noordzee belooft in tegenstelling tot de voorgespiegelde fata morgana van blauwe paradijzen een funeste uitwerking te gaan hebben op het onderwaterleven, onder meer door trillingen en geluiden die zich over grote afstanden voortplanten en het zeeleven verstoren.

Uit het oogpunt van landschap en milieu is de noodzaak van het stoppen van zich als schimmels uitbreidende zonnevlaktes, veelal op vruchtbare landbouwgronden, voor JA21 onontkoombaar. De overheid dient erin te voorzien dat windturbines en zonnevlaktes na de economische levensduur van vijftien tot twintig jaar worden ontmanteld, waarbij het terrein waarop ze zijn geplaatst in de oorspronkelijke staat met de oorspronkelijke bestemming wordt teruggebracht. Er zijn in Nederland voldoende grote daken beschikbaar om gebruik te maken van zonne-energie zonder dat ons landschap verder wordt aangetast. Wellicht nog het meest aansprekende voorbeeld van de fnuikende gevolgen voor het milieu van het koppelen van klimaat en energie is het bizarre verdienmodel van biomassa. Activisten hebben verzonnen dat het kaalkappen van bossen en wouden om deze te verbranden in industriële installaties bijdraagt aan ‘het klimaat’. Flora en fauna kreunen en steunen onder deze brute aanslag op de biodiversiteit terwijl de stijging van de zeespiegel geen centimeter wordt beïnvloed.

Het ontkoppelen van klimaat en energie neemt de zware hypotheek op natuur en landschap weg. De groene leefomgeving draagt bij aan het geestelijk en lichamelijk welbevinden. Goede zorg voor natuur en landschap is cruciaal. Dat kunnen wij. Het Nederlandse landschap, bossen, heide en ook natuurgebieden, zijn in de loop van de eeuwen door mensenhanden gevormd. Wij willen nauwe samenwerking tussen alle huidige gebruikers van het landschap, van agrariërs tot natuurbeheerders, omdat we de gezamenlijke plicht hebben dit te beschermen. Uiteraard kan er een spanning bestaan tussen landbouwareaal en natuur, en tussen agrarische belangen en die van de natuurbeheerder. In dit spanningsveld wil JA21 verstandig opereren en de belanghebbenden met elkaar in gesprek brengen om op die manier niet eenzijdig voor bepaalde activistische belangen te kiezen. Dat doen we door hen samen te laten werken voor behoud en verbetering van karakteristieke Nederlandse landschappen. In dit kader zien we bijvoorbeeld hoe eigenaren van landgoederen zich inzetten om de groene leefomgeving in goede staat te houden en het landschap te verbeteren. Natuur en landschap dienen toegankelijk te zijn voor bezoekers daar waar het kan. Daarbij moet worden aangetekend dat ruimte moet blijven voor rustgebieden voor flora en fauna. We moeten doordacht omgaan met openstelling, aangezien niet alle gebieden zich daarvoor lenen.

Met de tijd veranderen de inzichten en daarmee ook de wijze waarop met natuur en landschap wordt omgegaan. Het modelleren van de groene leefomgeving zal nooit ophouden. Het beschermen en bevorderen van landschappelijke waarden en natuur staan in het teken van het gegeven dat Nederland een dichtbevolkt land is met een relatief klein oppervlak. Omgaan met de groene buitenruimte vraagt om verstandige keuzes. Wat ons bindt, is dat het landschap van ons allemaal is. De waarde van landschap strekt volgens JA21 veel verder dan dat van geïsoleerde stukken grond beschermd door straffe regels en omgeven met hoge hekken. Landschap is met de omgeving verweven, wat betekent dat natuurbeschermers het koesteren, dat boeren er oog voor hebben in hun bedrijfsvoering, dat recreanten baat hebben bij het groen, dat er aansluiting is met terreinen die een andere bestemming hebben. Door het hanteren van dit brede perspectief voorkomen we een tunnelvisie. Besluitvorming over ons landschap vraagt een belangenafweging die rekening houdt met het totaalplaatje. Zo wordt het groen onlosmakelijk deel van onze leefomgeving.

De zorg voor deze groene leefomgeving betekent ook zorg voor het milieu. Tot vijftig jaar geleden was Nederland sterk vervuild: oppervlaktewater werd standaard als riool gebruikt en fabrieken en energiecentrales bliezen hun vieze rook ongezuiverd de lucht in. Kraanwater in Rotterdam smaakte ronduit smerig. Alle aandacht was gericht op het opbouwen van onze economie en hopelijk daarmee een beter leven: met andere woorden op het opbouwen van de welvaart die we nu als volslagen vanzelfsprekend en onaantastbaar beschouwen. Sindsdien zijn er steeds op basis van voortschrijdende inzichten nieuwe milieueisen opgesteld en zijn onze rivieren en onze lucht een heel stuk schoner geworden. JA21 is voor het voortzetten van een strikt milieubeleid: onze lucht, water en bodem moeten schoon en gezond blijven.



Verberg extra tekst.