Onderwijs en ontwikkeling
Onderwijs en ontwikkeling
JA21 standpunten
In hoogwaardig onderwijs staat de relatie tussen leraar en leerling centraal. Om de kwaliteit te verbeteren, is een aantal ingrepen nodig. Het gaat over opleiding van docenten en salarissen. Het gaat over differentiatie in het onderwijs en aansluiting bij de arbeidsmarkt. Schaalvergroting vergroot de kans op problemen en verkeerde prioriteiten. Universiteiten dienen zich weer op kennis te richten, in plaats van Engelstalige internationale bedrijven te worden.

JA21 wil:

  • Onderwijs met daarin centraal de relatie docent-leerling, in plaats van voldoen aan allerlei administratieve randvoorwaarden, als corebusiness van alle onderwijsinstellingen. De salariskloof tussen primair onderwijs en secundair onderwijs overbruggen.
  • Uitsluitend bevoegde docenten voor de klas en het gemakkelijker maken deze bevoegdheid te behalen.
  • Meer onderscheid tussen theoretisch en praktisch ingestelde leerlingen, behoud van de differentiatie op niveau in het voortgezet onderwijs.
  • Géén socialistische middenschoolexperimenten, bescherming van categorale gymnasia en ruim baan voor het technasium.
  • Beroepsonderwijs dat leerlingen praktisch opleidt naar de behoefte op de arbeidsmarkt aan vakbekwame medewerkers en ondernemers.
  • Om leerlingen te stimuleren het beste uit zichzelf te halen, het mogelijk maken vakken op een hoger niveau te volgen en af te ronden.
  • Versimpeling van de nodeloos complexe onderwijsorganisatie door kleinschaliger onderwijs, scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs met minder scholieren en eigen schoolbesturen.
  • Universiteiten die weer ware kennisinstellingen worden, in plaats van hun energie te richten op internationalisering, verengelsing en andere randzaken die het niveau van onderwijs en onderzoek verarmen.
  • In het kader van ‘een leven lang leren’ opleidingen flexibel inrichten, ook qua toelating en toetsing, zodat gemotiveerde mensen die op latere leeftijd willen studeren, een extra studie willen doen of hun loopbaan willen verleggen daartoe de kans krijgen.

Lees verder over dit onderwerp.
‘De keuze van een onderwijssysteem is van meer belang voor een volk dan de keuze van een regeringsstelsel’, zei eens een Franse socioloog. Onderwijs is sinds ruim twee eeuwen een overheidsaangelegenheid geworden. Maar hoe komt goed onderwijs tot stand? Eén ding staat vast: een relatie waarin iemand iets van een ander leert, is een van de belangrijkste relaties die een mens kan hebben. Deze relatie staat in onze cultuur onder druk, naarmate het onderwijs bureaucratiseert. Die druk is vandaag de dag voelbaar: van primair onderwijs tot hoger onderwijs. Het hoger onderwijs is een soort procesindustrie geworden, waarbij de input, de studenten, zo snel mogelijk moet worden verwerkt, met zo weinig mogelijk lekkage en obstructie in het buizenstelsel.

Goed onderwijs is een essentiële bouwsteen voor de ontwikkeling van ieder kind. De kwaliteit van het onderwijs moet daarom weer prioriteit krijgen, zodat we een drastische verbetering van het onderwijs kunnen bewerkstelligen. Hiervoor vindt JA21 het nodig dat docenten meer vrijheid en autonomie in de klas en collegezaal krijgen. Niet het aan allerlei administratieve randvoorwaarden voldoen, maar onderwijs verzorgen dient weer de corebusiness te worden van alle onderwijsinstellingen. Hierbij dient de relatie van de docent tot de student/leerling centraal te staan. Scholen dienen te beschikken over goede en ruime huisvesting, waarin het prettig werken is voor leerlingen en personeel.

Basisonderwijs dient in het teken te staan van het beste uit elke leerling te halen. Daarvoor is een goede, veilige en stimulerende omgeving noodzakelijk. Toekomstige docenten moeten beter opgeleid worden om ze voor te bereiden op de uitdagingen van het lesgeven. Docenten worden beter begeleid en krijgen meer en betere toegang tot professionalisering om de kwaliteit van het onderwijs te borgen. Het salaris van docenten gaat wat JA21 betreft omhoog om het vak docent aantrekkelijker te maken en het lerarentekort aan te pakken. Daarbij acht JA21 het van belang om ook de salariskloof tussen primair onderwijs en secundair onderwijs te overbruggen.

JA21 vindt dat de leerkracht meer professionele ruimte en vertrouwen en daarbij meer eigen verantwoordelijkheid voor goed onderwijs dient te krijgen. De opleidingseisen voor toekomstige leerkrachten moeten omhoog. Er moet worden ingezet op kwaliteit en niet op kwantiteit. Als het aanzien van de leerkrachten en hun beloning omhooggaan, de groepen kleiner worden, de werkdruk omlaag gaat en het passend onderwijs wordt begrensd, wordt het beroep van leerkracht weer een stuk aantrekkelijker waardoor er meer instroom plaatsvindt en het lerarentekort opgelost kan worden.

Wij staan schaalverkleining in het onderwijs voor. Kleinere klassen in het primair en voortgezet onderwijs zijn noodzakelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van zowel docenten als leerlingen. Te grote klassen zorgen ervoor dat leerlingen te weinig aandacht krijgen en leerlingen op elk niveau onvoldoende uitgedaagd worden. Meer ondersteuning in de groep (door onderwijsassistenten) draagt bij aan een lagere werkdruk in en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Er dient voldoende ruimte te zijn voor individuele begeleiding door docenten. De coronacrisis heeft ons geleerd dat teveel lesuren achter een scherm docenten, leerlingen, studenten en het onderwijs niet ten goede komen.

JA21 wil het passend onderwijs begrenzen. Het is een onwerkbaar gedrocht geworden dat niet door docenten wordt gesteund. Door het passend onderwijs krijgen leerkrachten te maken met problemen waarvoor ze niet zijn opgeleid en die ernstig negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de les en soms zelfs voor de veiligheid van andere kinderen. Dit gaat ten koste van de meer getalenteerde kinderen die niet de uitdagingen krijgen die ze verdienen. Tegelijkertijd investeren we meer in het speciaal onderwijs, zodat kinderen met lichamelijke of mentale beperkingen en leer- of gedragsproblemen niet (kunnen) worden gedwongen in een gewone klas te blijven zitten. Kinderen die niet kunnen meekomen, moeten thuis onderwijs krijgen of naar speciale scholen. Docenten moeten hier meer beslissingsbevoegdheid krijgen die zij nu niet hebben vanwege de administratieve rompslomp die het huidige systeem met zich meebrengt en waardoor het niet mogelijk is om snel beslissingen te nemen in het belang van de leerlingen.

JA21 wil het bijzonder onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet behouden. Hierbij dient te worden aangetekend dat islamitisch onderwijs, zowel formeel als informeel, een zeer problematische uitzondering vormt op de zegen van de vrijheid van onderwijs. Islamitisch onderwijs dient te worden ontmoedigd, informeel islamitisch onderwijs moet worden bestreden en formeel islamitisch onderwijs mag op zijn minst niet verder uitbreiden.

Het basisonderwijs is, zoals het woord al zegt, de basis van het onderwijs. Wat er op basisscholen gebeurt, goed gaat of fout gaat, dreunt door tot in het voortgezet onderwijs en soms zelfs tot in de mbo’s. Goed basisonderwijs waarin kinderen de fundamenten van taal, rekenen en sociale omgang meekrijgen, is essentieel voor een gezonde samenleving. De nadruk ligt teveel op het sociale element en te weinig op kennisoverdracht. Dat moet worden hersteld. Net als de algehele kwaliteit.

JA21 wil uitsluitend bevoegde docenten voor de klas. Voor de onbevoegde docenten met een jarenlange staat van kwaliteit willen we het makkelijker maken om deze bevoegdheid te verwerven. Deze bevoegde docenten verdienen autonomie en vertrouwen in hún vak.

Een herwaardering van het docentschap gaat gepaard met een herwaardering van de verschillende uitstroomrichtingen. JA21 acht het wenselijk dat er bij het studiekeuzeproces geen negatief waardeoordeel wordt geuit en de nadruk ligt op de best passende keuze. Er komt meer onderscheid tussen theoretisch en praktisch ingestelde leerlingen. We behouden de differentiatie op niveau in het voortgezet onderwijs. Er komen geen socialistische middenschoolexperimenten en we beschermen categorale gymnasia. Ook de ontwikkeling van het technasium dient ruim baan te krijgen. Tot slot maakt JA21 zich hard voor de versimpeling van de nodeloos complexe onderwijsorganisatie door kleinschaliger onderwijs voor te staan: scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs met minder scholieren en met eigen schoolbesturen.

De vraag naar gekwalificeerde vakmensen is groot. Er zijn tekorten in de zorg, de techniek, de bouw, het onderwijs en het ambacht. Het beroepsonderwijs zou leerlingen moeten opleiden in overeenstemming met de behoefte op de arbeidsmarkt aan vakbekwame medewerkers en ondernemers. Wegens ‘algemene vaardigheden’ en de ‘kenniseconomie’ zijn onze beroepsopleidingen brede, algemene opleidingen geworden. Dit doet geen recht aan de praktisch ingestelde leerlingen. Daardoor zijn de uitvalpercentages hoog en verlaten veel jongeren zonder een diploma de school. De jongvolwassenen die de opleiding wél afronden zijn nauwelijks in staat een specifiek vak uit te oefenen, simpelweg omdat ze dit niet hebben geleerd. Hierdoor is een tekort ontstaan aan vakmensen.

JA21 wil dat het beroepsonderwijs (vmbo en mbo) anders wordt ingericht. In het beroepsonderwijs moet een scheiding worden aangebracht tussen een theoretische en praktische leerweg. Beroepen die zich beter lenen voor een theoretische leerlijn, kunnen via die route worden aangeleerd. Leerlingen die echter het talent hebben met hun handen te werken en die gemakkelijker door middel van hun handen leren, kunnen via een praktische leerweg hun vaardigheden en vakmanschap ontwikkelen. In het mbo komt meer aandacht voor praktijklessen en ambachten. Er moet een betere aansluiting komen op de wensen vanuit de arbeidsmarkt. Ook stimuleren we differentiatie op niveau in het onderwijs. Om leerlingen te stimuleren het beste uit zichzelf te halen, moet het mogelijk worden vakken op een hoger niveau te volgen en af te ronden.

Voor de invulling van de praktische onderwijsprogramma’s moet een nadrukkelijke rol worden weggelegd voor ervaren leermeesters en vakmensen uit desbetreffend vakgebied. Dat betekent dat we niet langer het primaat leggen bij logge instituties en organisaties, maar dat we scholen en bedrijven (in de regio) heel praktisch samen de verantwoordelijkheid geven voor de invulling van de actuele en adequate onderwijsprogramma’s. JA21 wil ruimte voor de professionaliteit van docenten en ervaren leermeesters / vakmensen die samen door uitwisseling van kennis en kunde het beroepsonderwijs vorm geven.

Vakmensen hebben momenteel maar beperkte mogelijkheden voor specialisatie. De veelal theoretisch ingerichte opleidingen in het hbo sluiten niet aan bij de behoefte aan doorontwikkeling van vakbekwaamheid en ondernemerschap. Een potentieel getalenteerde (v)mbo’er die wil ‘doorleren’, komt daardoor op een dood spoor. JA21 vindt dat ook mensen die met hun handen werken, moeten kunnen excelleren; ‘meester’ moeten kunnen worden in hún vak. In veel projecten in Nederland voeren buitenlandse lassers, pijpfitters en betonvlechters al specialistische werkzaamheden uit. Nederlandse jongeren moeten trots kunnen vinden in deze banen, om zo dit gat op te vullen.

Universiteiten zijn ooit bedoeld om de elite op te leiden. Kleinschalig onderwijs, gericht op leidinggevende posities in het Nederlandse politieke, culturele en bedrijfsleven. De huidige universiteiten zijn daar ver van verwijderd. De extreme internationalisering van de universiteiten, waardoor een mix van Nederlandse en Duitse studenten les krijgen in matig Engels, gedreven door niets dan financiële overwegingen – onder het mom van ideële – doet het niveau van de studenten, de docenten en de papers en scripties sterk dalen. Daarbij leren Nederlandse studenten zichzelf niet meer te verwoorden in Nederlands op een hoog niveau. Gevolg: een Nederlands dat beneden de maat is én een Engels dat dat ook is. Ook studenten met een migratieachtergrond kiezen eerder voor een universitaire studie als Nederlands de voertaal is. Het kernelement kennis opdoen omwille van kennis en zo een elite opleiden, raakt steeds meer op de achtergrond. Universiteiten zijn bedrijven geworden, op zoek naar de meeste winst. JA21 is van mening dat universiteiten weer terug moeten naar hun kern, waarin het onderwijs centraal staat voor studenten die graag willen worden uitgedaagd. Universiteiten zijn opleidingsinstituten, geen bedrijven: ze moeten minder inzetten op vastgoedportefeuilles en winst maken, maar hun aandacht richten op het geven van onderwijs. We moeten stoppen met het betalen van scholen en universiteiten op basis van het aantal mensen dat een diploma haalt (output-financiering). Want daarmee stimuleert de overheid de daling van de kwaliteit van het onderwijs. Om de kwaliteit verder te bevorderen, dienen topdocenten en onderzoekers ook les te geven aan de propedeusefase en niet alleen aan de hoofdfase. We willen studenten vanaf het begin inspireren en motiveren.

JA21 wil geen onderwijsvernieuwingen meer die door de overheid worden aangestuurd. Daarentegen staat het scholen en besturen zélf vrij om te experimenteren met nieuwe onderwijsvormen, met de Onderwijsinspectie als toezichthouder. In het kader van ‘een leven lang leren’ dienen opleidingen flexibel te worden ingericht, ook qua toelating en toetsing, zodat gemotiveerde mensen die op latere leeftijd willen studeren, een extra studie willen doen of hun loopbaan willen verleggen, daartoe de kans krijgen. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht bij het bedrijfsleven. Colleges van Openbare Universiteiten komen zoveel mogelijk gratis online beschikbaar.



Verberg extra tekst.