Rechtstaat en politieke balans
Rechtstaat en politieke balans
JA21 standpunten
In een gezonde democratie bestaat een levendige machtsbalans tussen regering, parlement en rechtsprekende macht. De rechterlijke macht hoort niet ongemerkt in het vaarwater van de politieke besluitvorming terecht te komen. Het waarborgen van onafhankelijke, onpartijdige rechtspraak begint al bij de selectie van te benoemen rechters.

JA21 wil:

  • Voorkomen dat uitspraken van rechters met een ruime interpretatie van algemene regels en internationale verdragen de politieke speelruimte van ons parlement verkleinen.
  • Dat rechters zich richten op de belangen van (groepen) individuen die onrecht is aangedaan in plaats van zich te lenen als vehikel voor activisten die beweren voor de hele samenleving te spreken.
  • Een selectieprocedure voor rechters die behalve in theorie ook in werkelijkheid waarborgt dat de achtergrond van personen die tot de rechterlijke macht toetreden niet afhankelijk is van een bepaalde politieke voorkeur.

Lees verder over dit onderwerp.
Zoals in veel westerse landen is de Nederlandse staatsinrichting beïnvloed door de trias politica van de Franse filosoof Montesquieu. De driemachtenleer richt de staat zo in dat de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht van elkaar gescheiden zijn en elkaars functioneren bewaken. Zo krijgt niet een van deze machten de overhand. Dat voorkomt tirannie en bevordert vrijheid. In Nederland is de wetgevende macht de Staten-Generaal (Eerste Kamer en Tweede Kamer). Het parlement deelt de wetgevende taken met de uitvoerende macht, de regering. Zowel de Staten-Generaal als de rechtsprekende macht controleren de regering als uitvoerende macht.

Daar waar de trias politica een zorgvuldig evenwicht veronderstelt, signaleert JA21 dat de verhouding tussen de wetgevende macht en de rechterlijke macht uit balans lijkt te raken. In verschillende rechtszaken met zwaarwegende en verstrekkende maatschappelijke en politieke gevolgen motiveren rechters hun uitspraken met overwegingen die op de keper beschouwd voor politieke argumenten kunnen doorgaan. Het benutten van een ruime interpretatiemarge wordt mogelijk door het naar eigen inzicht kunnen inkleuren van algemene regelgeving en het inroepen van allerlei bepalingen uit internationale verdragen. Het karakter van de uitspraken wekt de indruk dat rechters in wezen politieke knopen doorhakken. Dit verkleint de politieke speelruimte van de wetgevende macht en de uitvoerende macht.



Om de rechterlijke macht geen speler te laten worden op het terrein dat aan de wetgevende macht en de uitvoerende macht toebehoort, is een herstel van het evenwicht geboden. Hoe dat juridisch vorm kan krijgen, is geen vooraf uitgemaakte zaak. Wel is duidelijk dat de rechterlijke macht zich niet in de richting van een Derde Kamer mag ontwikkelen. De wetgevende macht, en die van het parlement in het bijzonder, is bij een duidelijke terreinafbakening gebaat. Want politieke keuzes, daarover is JA21 helder, horen in wetten en aanverwante regelgeving thuis in plaats van in vonnissen. Deze notie van politiek primaat bij beleid betekent ook dat organisaties die enkel en alleen zijn opgericht om op grond van door hun verondersteld ‘algemeen belang’ overheidsbeleid aan te vechten een halt moet worden toegeroepen. Het dienen van het algemeen belang is bij uitstek een taak van de politiek. De rechter dient zich te richten op de belangen van (groepen) individuen die onrecht is aangedaan. Rechters die meegaan met activisten die beweren namens de hele samenleving te spreken, ondermijnen de democratie.

Een aspect waarvoor in dit perspectief gezien aandacht is geboden, betreft de selectieprocedure van rechters. Rechters worden benoemd door de regering. In de praktijk wordt vrijwel altijd de aanbeveling gevolgd vanuit de rechterlijke macht. Deze feitelijke coöptatie is ondoorzichtig en brengt het risico met zich dat politieke en ideologische voorkeuren onuitgesproken doorwerken in een rechterlijke macht die zonder meer neutraal moet zijn. Het waarborgen van het evenwicht in de trias politica zoals deze in het Nederlandse staatsbestel vorm krijgt, maakt het onontkoombaar de procedure van de benoeming van rechters tegen het licht te houden. Onafhankelijke, onpartijdige rechtspraak vraagt ook om een balans in de achtergrond van te benoemen rechters. JA21 vindt dat het niet zo mag zijn dat onder de dekmantel van de scheiding van machten een situatie ontstaat waarin het alleen met een in de selectieprocedure geaccepteerde politieke achtergrond mogelijk is toe te treden tot het Openbaar Ministerie of de rechtspraak.



Verberg extra tekst.