Vervoer en infrastructuur
Vervoer en infrastructuur
JA21 standpunten
Een infrastructuur van wereldklasse is voor de Nederlandse economie van vitaal belang. Het is noodzakelijk om te investeren in onderhoud, knelpunten aan te pakken en uitbreiding te realiseren van weg-, spoor- en waterverbindingen. Het gaat om onze (lucht)havens. Uitbouw is voorts nodig van de digitale infrastructuur voor de ICT-economie. Toenemend fietsgebruik en verkeersveiligheid hebben tevens prioriteit.

JA21 wil:

  • Voorkomen dat onderhoud aan infrastructuur wordt verwaarloosd.
  • Investeren in infrastructuur zoals de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en goede treinverbindingen tussen het Westen van het land met Noord-Duitsland en Aken.
  • Optimalisatie van de transportketen van containervervoer over water.
  • Knelpunten in het wegennet aanpakken, zoals het ombouwen van N35 naar A35, het realiseren van de verbinding A8-A9 of het verbeteren van de doorstroming op de A2.
  • Een tolvrije tunnel onder de Westerschelde.
  • Inzetten op multimodaliteit, zodat verschillende vormen van vervoer elkaar versterken.
  • Terug naar een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur overdag op onze snelwegen.
  • Duurzaam en veilig inrichten van wegen, inclusief de infrastructuur voor fietsers.
  • Onveilige, gelijkvloerse spoorwegkruisingen vervangen door ongelijkvloerse kruisingen.
  • Duurzaam veilig inrichten en verder uitbouwen van infrastructuur voor fietsers.
  • Investeren in de digitale infrastructuur om de ICT-economie en het transport van data te stimuleren.

Lees verder over dit onderwerp.
Een gezonde economie in Nederland is geen vanzelfsprekendheid. Nederland heeft zijn welvaart te danken aan decennialange investeringen in onze economie en onze internationale concurrentiekracht. JA21 signaleert dat onze infrastructuur een cruciale rol speelt. Met name de efficiëntie van het zee- en luchttransport en de kwaliteit van de wegen scoort internationaal hoog. Hoge scores zijn mooi, maar om in de top te blijven mogen we niet achterover gaan leunen, en zeker niet de kip met de gouden eieren gaan slachten, door vervoer onbetaalbaar te maken of zodanig te verwaarlozen dat het onze economie gaat schaden. Net zoals een boer zijn land bemest, moet Nederland blijven investeren in zijn infrastructuur om het land vruchtbaar te houden. Daarnaast is onderhoud aan infrastructurele werken een belangrijke factor die de afgelopen decennia is verwaarloosd. Zo dient onze overheid blijvend te investeren in goed bereikbare zeehavens, waarin continu schaalvergroting en technische vernieuwing plaatsvindt, zodat containerladingen en bulkgoederen tegen zo laag mogelijke verhandelingskosten en met zo weinig mogelijk tijdsverlies hun weg vinden naar hun volgende bestemming. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van wegtransport, spoor en binnenvaart.

Om in de toekomst ook een economische hoofdrolspeler te zijn, moeten we in Nederland de infrastructuur van de komende decennia nu goed op de kaart zetten. De prestaties van het wegennet moeten integraal worden bekeken, met aandacht voor het op elkaar aansluiten van verschillende vervoersmodaliteiten. De Randstad is de economische motor van Nederland. De verstedelijking daar brengt ook op infrastructuurgebied, in relatie met ruimtelijke ordening, geluidshinder, congestie en luchtvervuiling, vraagstukken voort die integraal moeten worden aangepakt. Bestuurlijk is de Randstad echter versnipperd. Voor de aanpak van integrale problemen dient het mogelijk te zijn om bestuurlijk mechanismen te creëren die het mogelijk maken bestuurlijk slagvaardiger op te treden. Tegelijk tonen kennisregio Eindhoven en economische topregio Zwolle, om twee voorbeelden van buiten het Westen te noemen, aan hoe samenwerking de kracht van de regio ook in andere delen van ons land kan bundelen en bevorderen. JA21 staat positief tegenover de komst van de Lelylijn, die volgens onderzoeken kostendekkend valt te exploiteren en kan bijdragen aan de economische groei van de noordelijk provincies en de onbalans tussen stad en platteland kan verkleinen. Noord-Nederland dient qua infrastructuur verder te worden ontwikkeld middels snelle treinverbindingen die West-Nederland met Noord-Duitsland (Bremen/ Hamburg) verbinden om daarmee de economie te stimuleren en ruimte te creëren voor uitbreiding van bedrijvigheid waar in het Westen het gebrek aan ruimte steeds knellender wordt. Noord-Nederland heeft voldoende mogelijkheden (havens, universiteit, ruimte) om een belangrijke bijdrage te leveren aan de Nederlandse economie. JA21 wijst ook op het belang in het Oosten van ons land van de Nedersaksenlijn tussen Enschede en Groningen. Er moet werk worden gemaakt van een snelle treinverbinding tussen Amsterdam en Aken. Realisatie van dit soort projecten vergt versimpeling en verkorting van bureaucratische trajecten die de aanleg van nieuwe infrastructuur vertragen.

Om in de komende decennia een topspeler te zijn in logistiek, dienen knelpunten in het Nederlandse weggennet te worden aangepakt, zoals de verbinding A8-A9 en het ombouwen van de N35 naar de A35. JA21 is voor een tolvrije Westerscheldetunnel. Zo wordt ZeeuwsVlaanderen vrij bereikbaar, ontstaat een gelijk economisch speelveld en wordt een krachtige impuls gegeven aan verdere economische samenwerking met het Vlaamse achterland. Limburg is gebaat bij een betere doorstroming op de A2 en A67. In de onwil om dergelijke knelpunten voortvarend uit de weg te ruimen, liggen de grootste oorzaken van vertraging. In de moderne bedrijfsvoering is punctualiteit steeds belangrijker geworden. Daarom pleit JA21 voor een herinvoering van een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur overdag op onze snelwegen, wat alleen al mogelijk is doordat de invloed van de verlaging naar maximaal 100 kilometer per uur overdag op de stikstofuitstoot nihil is.

De belangrijkste slagader voor vrachtwagens is de A15. Ten opzichte van Antwerpen, Hamburg en Bremen levert deze snelweg de minste vertraging op, wijst de TomTom Traffic index 2019 uit. De volledig geëlektrificeerde havenspoorlijn en de Betuweroute vormen een steeds belangrijkere verbinding met ZuidwestDuitsland. Voor de Rotterdamse haven is hier nog meer groeipotentieel, maar dan moet er wat JA21 betreft vaart worden gezet achter een tijdige vergroting van de spoorcapaciteit, waaronder het tijdig opleveren van de spoorverbreding. Recent onderzoek van ProRail (‘non-conformiteiten’ Rotterdamse havenspoorlijn) toont aan dat onverwachte stremmingen op de havenspoorlijn vooral werden veroorzaakt door achterstand in onderhoud, het niet adequaat aanpakken hiervan, en disproportionele weerstand uit de omgeving. Dit onderzoek leert ons dat niet alleen het spoor op orde dient te zijn, maar dat ook overheden hun prioriteiten op orde dienen te hebben.

Voor de groei van het containervervoer via binnenvaart is JA21 voorstander van een verdere optimalisatie van de gehele keten van overslag en transport. Dit is meer dan alleen het bouwen van meer overslag. Het gaat immers om de volledige doorlooptijd van haven tot eindbestemming. Er valt echter ook veel te winnen, als men nagaat dat een binnenvaartschip de capaciteit heeft van tientallen vrachtwagens.

Voor de groei van het containervervoer via binnenvaart is JA21 voorstander van een verdere optimalisatie van de gehele keten van overslag en transport. Dit is meer dan alleen het bouwen van meer overslag. Het gaat immers om de volledige doorlooptijd van haven tot eindbestemming. Er valt echter ook veel te winnen, als men nagaat dat een binnenvaartschip de capaciteit heeft van tientallen vrachtwagens.

Niet alleen de capaciteit van onze infrastructuur is van belang, maar ook de kwaliteit en vooral de (verkeers-) veiligheid. Iedereen wil immers dat zijn of haar geliefde weer veilig thuis komt. De verkeersveiligheidsdoelen van 2020 werden door de huidige regering niet gehaald. De afgelopen tien jaar steeg het aantal verkeersdoden vooral onder fietsers, ouderen en scootmobielrijders. Om het tij te keren zijn er op korte termijn effectieve maatregelen op grote schaal nodig, gericht op het duurzaam veilig inrichten van wegen, inclusief de infrastructuur voor fietsers. Zo wil JA21 extra gaan investeren in separate fietspaden en snelfietsroutes voor onder andere scooters en elektrische fietsen. Fietsers kunnen ook zelf bijdragen aan hun eigen veiligheid, bijvoorbeeld door het dragen van een fietshelm en reflecterende kleding/door een fietshelm en reflecterende kleding te dragen en extra verlichting te voeren. Volgens het SWOV scheelt dit maar liefst 85 verkeersdoden per jaar. JA21 is hier zeker voorstander van, maar ziet het gebruik ervan als eigen verantwoordelijkheid. Handhaving van maximumsnelheden dient te zijn gericht op het bevorderen van de veiligheid.

Waar weggebruikers niet zelf kunnen kiezen, dient de overheid voor veiligheid te zorgen. Onveilige, gelijkvloerse spoorwegkruisingen zijn niet meer van deze tijd, daarom willen wij extra investeren in ongelijkvloerse spoorwegkruisingen in het hele land. De kosten hiervan kunnen drastisch omlaag indien deze onderdoorgangen worden gestandaardiseerd. Onze schoolgaande jeugd moet veilig op de fiets naar school kunnen gaan.

Naast de klassieke logistiek van personen en goederen is Nederland ideaal voor die derde distributiesoort: data. Een modern, robuust en 100 procent veilige infrastructuur voor het transport en de opslag van bits & bytes geeft ons land een geweldige voorsprong en past heel goed in onze economische traditie. In een dichtbevolkt land zijn de aanlegkosten relatief laag. Zo ontwikkelt zich rond de Eemshaven inmiddels een van de grootste datacentra van Europa. De interneteconomie is uitermate geschikt voor krappe binnensteden en meer afgelegen krimpgebieden. Distributie tast het landschap niet aan en voor opslag zou de overheid kunnen investeren om thans vrijstaande of vrijkomende productiehallen op bedrijventerreinen kabelmatig met elkaar te verbinden. De ICT-economie trekt heel veel kapitaal en hoogopgeleide mensen aan, is een échte economie (anders dan bijvoorbeeld windturbines of zonnevlaktes) en geneert heel goede inkomens.

Net als bij de klassieke infrastructuur is het belangrijk dat de digitale infrastructuur nationaal bezit is of nationaal toezicht kent. Dus in plaats van een woud van private 5G-masten liever een eigen ondergronds netwerk van hightech bekabeling. Misschien moet daar, analoog aan wegen en vaarwegen, een ‘Rijksdigistaat’ voor opgericht worden. Verlekkerd zal de staat de mogelijkheid van een dataverbruiksbelasting gaan onderzoeken. JA21 zegt: niet doen. Dit alles is wellicht wat duurder, maar het zal een enorme boost geven aan allerlei nieuwe mkb-bedrijven die afhankelijk zijn van deze topfaciliteit. In combinatie met het aantrekkelijk maken van ICT-opleidingen is de ICT-economie het allerbeste paard waar ons land op kan wedden. Kortom, ook in de economie geldt: conservatief-liberaal is het nieuwe progressief.

Overheidsfinanciering van technologische ontwikkelingen is volgens JA21 alleen verantwoord indien deze ontwikkeling te langdurig is om louter door bedrijven te laten trekken, of als ze een samenwerking tussen bedrijven vergt die door de overheid kan worden gefaciliteerd. In alle gevallen gaat het om een tijdelijke duw in de rug, waarna bedrijven weer volop winstgevend zijn en op eigen kracht door kunnen. Daarbij moet de overheid opletten dat de opbrengsten weer ten goede komen aan onze maatschappij.



Verberg extra tekst.