Volksgezondheid en zorg
Volksgezondheid en zorg
JA21 standpunten
Decennia van verkeerde prioriteitenstelling, averechtse financiële prikkels en de gestage opbouw van een slopende bureaucratie nekken de zorg. Om het beleidsmoeras van volksgezondheid vlot te trekken, is het nodig om de patiënt en cliënt weer in het midden te stellen. Nederland dient zich ook beter voor te bereiden op crises en pandemieën, onder andere door uitbreiding van IC-capaciteit en werken in de zorg aantrekkelijk te maken.

JA21 wil:

  • De uitholling van de zorg na decennia van verkeerde prioriteitenstelling, averechtse financiële prikkels en de gestage opbouw van een slopende bureaucratie op slimme en effectieve wijze ongedaan maken.
  • Meer inhoudelijke expertise inbrengen in het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), om zodoende beleid beter te laten aansluiten op datgene wat ‘het veld’ nodig heeft.
  • Nederland beter voorbereiden op crises en pandemieën, onder andere door uitbreiding van de IC-capaciteit.
  • Ziekenhuisorganisaties verplichten in het geval van voorgenomen sluiting van locaties ervoor te zorg te dragen dat kernfuncties op de betreffende locaties behouden blijven.
  • Huisartspraktijken sterker inzetten op primaire preventie en positieve gezondheid, onder andere met gespecialiseerde verpleegkundigen en praktijkondersteuners, en een herwaardering van het belang van de arts-patiëntrelatie.
  • Kappen in het woud aan regels in de geestelijke gezondheidszorg om wachtlijsten in te korten, procedures te vereenvoudigen en zodoende bij te dragen aan beter functionerende instellingen die hun eigenlijke doelstellingen kunnen nastreven in plaats van de weg kwijt te raken in randverschijnselen.
  • De samenwerking in de jeugdzorgregio’s steviger aanzetten en minder vrijblijvend maken.
  • Het gat tussen alleen thuis wonen en opname in een verpleeghuis opvullen met thuiszorg, mantelzorg en de herintroductie van bejaardenhuizen.

Lees verder over dit onderwerp.
Gezondheidszorg is meer dan mensen vrij maken van ziekte of beperkingen. Gezondheidszorg is ook kunnen studeren dankzij medicijnen voor epilepsie, sporten met behulp van een rolstoel, en je gekoesterd voelen tijdens het wassen omdat je dat zelf niet meer kan. De gezondheidszorg is weer toe aan tijdig zicht op deze menselijke maat.

In de afgelopen jaren is de focus verschoven van empathie en aandacht in verzorging en behandeling naar de kostprijs en kosteneffectiviteit van zogenoemde diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s). Dit vanwege almaar oplopende zorgkosten, deels, maar niet volledig, veroorzaakt door een vergrijzende bevolking. Terwijl de kosten van operaties, stents en medicijnen opliepen, daalde het aantal minuten per cliënt in de thuiszorg. De steunkous-met-praatje werd gereduceerd tot een minuut durende technische handeling, terwijl de chirurg de operatietafel verliet voor het technische wonder van de robotchirurgie. Decennia lang zijn er grote stappen gezet in de medische zorg met levensverlenging als doel. Hoewel dit een groot goed is, is het ten koste gegaan van het persoonlijk contact tussen zorgverlener en patiënt dat zo belangrijk is voor de kwaliteit van leven.

Er ligt hier ook een andere existentiële vraag voor: in welke mate zijn wij bereid om van gezondheidszorg, en dan met name zorgen voor de ander, een prioriteit te maken? JA21 keert zich af van de suggestie dat de gezondheidszorg dé grote kostenpost is waarop moet worden bezuinigd. Hoewel het budget slimmer en effectiever kan en moet worden besteed, moet bezuinigen hiervoor niet het doel zijn, maar juist toename van kwaliteit van de zorg en contact tussen patiënt en zorgverlener. Gemakkelijke bezuinigingen om snelle besparingen in te boeken, met als enkel doel het beheersbaar houden van de zorgbegroting, hebben desastreuze effecten. De huidige staat van de zorg laat zien wat een decennium aan verkeerde prioriteitenstelling, averechtse financiële prikkels en de gestage opbouw van een slopende bureaucratie heeft opgeleverd. In de huidige COVID-situatie, waarin ons zorgstelsel een centrale positie heeft in het laten functioneren van onze samenleving, moet deze uitholling van de zorg op slimme en effectieve wijze worden teruggedraaid.

De recente COVID-crisis heeft ons geconfronteerd met de vlakken waarop de Nederlandse (zorg)systemen niet voorbereid zijn op een pandemie of op een ramp met vele zieken of doden als gevolg. De lessen die we hieruit hebben geleerd, moeten we inzetten om ons beter voor te bereiden op toekomstige rampen (zoals bijvoorbeeld ook terroristische aanslagen of vliegtuigrampen). Er is gebleken dat het huidige aantal IC-bedden onvoldoende is om ruimte voor snelle opschaling te bieden. Dit wordt veroorzaakt doordat Nederland zeer zuinig omgaat met de IC-capaciteit, wat geld bespaart, maar ook risico’s van tekorten met zich mee brengt. Daarnaast is het problematisch dat door sluiten of fuseren van ziekenhuizen het aantal spoedeisende hulpen is afgenomen. Daarnaast verdelen fuserende ziekenhuizen specialisaties over locaties, waardoor generalistische expertise verloren gaat. Het is essentieel dat ziekenhuizen alleen fuseren bij aangetoond voordeel voor de patiënt, en dat ziekenhuizen met een regiofunctie worden behouden. JA21 wil ziekenhuisorganisaties verplichten in het geval van voorgenomen sluiting van locaties ervoor te zorg te dragen dat kernfuncties op de betreffende locaties behouden blijven. De criteria daarvoor dienen nader te worden doordacht en uitgewerkt. Op deze wijze kan verdere verschraling van de ziekenhuiszorg een halt worden toegeroepen.

Tijdens de ‘lessons learned’-sessies rond COVID kwam ook pijnlijk naar voren hoe stroef de communicatie tussen medisch specialisten en ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vaak verliep. Het is cruciaal dat er meer inhoudelijke expertise wordt ingebracht in de top van ministerie VWS, wat overigens ook voor andere departementen geldt, waardoor er niet alleen snellere en duidelijkere keuzes kunnen worden gemaakt, maar deze ook beter naar onze bevolking kunnen worden gecommuniceerd, met eerlijkheid en transparantie over onzekerheden. Dit belang werd overduidelijk tijdens deze gezondheidscrisis, maar is voor mensen in het medisch veld al langer zichtbaar. De gezondheidszorg in Nederland is een prachtig systeem bestaande uit verschillende lijnen, die onderling nauw verbonden zijn. Begrip voor dit systeem en al haar componenten is noodzakelijk om het ministerie VWS aan te kunnen sturen.

Door de invoering van de prestatiebegroting en verscherpte controles hebben ziekenhuizen te maken met een snelle stijging van de accountantskosten. In plaats van meer management is er in de zorg behoefte aan beter leiderschap. Zorgmedewerkers zijn zelf goed in staat om de regie in eigen handen te nemen. Door het terugdringen van regeldruk, iets waarvan JA21 sterk voorstander is, nemen zowel tijd voor zorg als het werkplezier toe. Op dit moment zijn artsen en verpleegkundigen veel tijd kwijt aan indicatoren en ziekenhuisaccreditaties, waardoor ze minder bij het bed van hun patiënt staan. Terwijl nu juist dat hun roeping is. Door dit terug te dringen, nemen de kosten af en neemt de tijd voor zorg toe. Verder is het essentieel om het verplegende en ondersteunend personeel beter te belonen. De huidige tekorten, schrijnend duidelijk geworden in de COVID-crisis, zijn met name ontstaan door slechte arbeidsvoorwaarden. Wij willen een structurele salarisverhoging voor verplegend personeel. Tenslotte moeten gespecialiseerde verpleegkundigen passend worden gewaardeerd, of zij nu een mbo- of hbo-achtergrond hebben. Een baan in de zorg moet weer het aanzien terugkrijgen dat deze verdient.

De huisarts is de sleutelfiguur in het Nederlandse zorgstelsel. De huisarts fungeert niet als één, maar als drie dokters: poortwachter van specialistische en tweedelijns zorg door diagnose en verwijzing, zelfstandig medisch behandelaar, en, misschien wel de belangrijkste rol, de persoonlijke dokter met wie je als patiënt een vertrouwensband hebt. Door een toename in het aantal ‘waarnemers’ en zzp-huisartsen bestaat dit veel minder dan vroeger normaal was. De vertrouwensband in de relatie tussen arts en patiënt komt onder druk te staan. JA21 vindt het van groot belang dat patiënten hun huisartsen als hun eerste zorgverlener blijven zien, en niet slechts als een doorverwijsloket naar het ziekenhuis. Dit vereist meer tijd voor de patiënt, wat zich uiteindelijk terugbetaalt door betere beslissingen en minder voorgeschreven medicijnen. Daarnaast moeten huisartspraktijken inzetten op primaire preventie en positieve gezondheid, onder andere met gespecialiseerde verpleegkundigen en praktijkondersteuners. Dit kost op korte termijn geld, maar door het voorkomen van ziekten verdient dit zich op lange termijn ruimschoots terug.

Waar de huisartsenzorg essentieel is voor de eerstelijns behandeling van lichamelijke klachten, is onze geestelijke gezondheidzorg (GGZ) onmisbaar voor psychische klachten. Helaas zien we daar lange wachtlijsten en grote personeelstekorten, wat de toegankelijkheid van deze essentiële zorg vermindert. Medewerkers raken overspoeld met administratieve taken als de minutenregistratie en ze zijn hier meer tijd aan kwijt dan aan contact met de patiënt zelf. De Wet Verplichte GGZ, die begin 2020 ondanks protesten vanuit de beroepsvereniging is ingevoerd, heeft sterk bijgedragen aan deze administratieve last. Absurde administratieve regels dragen niet bij aan het welzijn van de patiënt of het beter functioneren van een zorginstelling, en moeten dan ook drastisch worden verminderd. JA21 wil daarom een evaluatie en herziening van de Wet Verplichte GGZ.

Volle aandacht verdient ook de wijze waarop de jeugdzorg functioneert. Het toekennen van een coördinerende rol aan samenwerkende gemeenten verenigd in jeugdzorgregio’s in de organisatie en financiering van de jeugdzorg zou moeten leiden tot een goedkopere en betere jeugdzorg. Het eerste blijkt beter te realiseren dan het tweede. Toch zijn tijdige passende ondersteuning, zorg op maat en betere samenwerking rond jongeren en gezinnen cruciaal om ervoor te zorgen dat geen kind of jeugdige tussen wal en schip valt. De beoogde transformatie van de jeugdzorg stagneert door een aantal knelpunten als het ontbreken aan deskundigheid bij gemeenten, gebrek aan samenwerking, geldtekort, administratieve rompslomp en aanbieders van zorg die in zwaar weer verkeren. Wat JA21 betreft, wordt de samenwerking in de jeugdzorgregio’s minder vrijblijvend en steviger aangezet. De lokale democratie is meer gebaat bij scherp toezicht op een kwalitatief goede uitvoering van de jeugdzorg door het college in de eigen gemeente dan in het uitvinden van een wiel dat net iets ronder is dat het exemplaar waar de buurgemeente aan schaaft. De transformatie daadwerkelijk naar een hoger plan tillen vraagt behalve om lokale nuances, die altijd mogelijk moeten blijven, vooral om het vastberaden voornemen om als jeugdzorgregio gezamenlijk op te trekken.

Ook voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang is regionale samenwerking noodzakelijk. De landelijke toegang van hulpvragers tot deze voorzieningen moet blijven gehandhaafd. Voorkomen moet worden dat gemeenten elkaar de bal toespelen en dat de hulpvrager het nakijken heeft.

De structurele bezuinigen hebben alle takken van de zorg geraakt, maar geen een zo sterk als de ouderenzorg. Onder de mantra dat ouderen zelf langer thuis wilden wonen is een derde van de verzorgingshuizen gesloten en werden de eisen voor verpleeghuizen verhoogd. Desondanks zijn er gemiddeld 20.000 wachtenden, een schrijnend getal, waarvoor thuis blijven al langere tijd onhaalbaar is. In de praktijk zorgt dit echter voor een vrijwel niet te overbruggen gat tussen alleen thuis wonen en opname in een verpleeghuis. Dit gat wil JA21 opvullen door toereikende thuiszorg en mantelzorg. Hierdoor komt de band met de patiënt weer centraal te staan. Ook moet er een halt worden toegeroepen aan zorg als lopendebandwerk, waarbij er slechts minuten zijn om een steunkous aan of uit te trekken en een gesprek voeren niet meer binnen de berekende tijd kan. Ook moeten mantelzorgers beter worden begeleid en moeten de mogelijkheden voor respijtzorg tussen gemeenten gelijk worden getrokken. Dit alles zal echter onvoldoende zijn om de ouderenzorg weer toereikend te maken. Het is noodzakelijk bejaardentehuizen, met naast een medische ook zeer belangrijke sociale functie, te herintroduceren. Deze hebben altijd een centrale functie gehad in de huisvesting en zorg voor ouderen. Het sluiten of ombouwen van verzorgingshuizen moet per direct stoppen, en ouderen met een lage zorgindicatie moeten hier weer terecht kunnen. Hiermee wordt het gat tussen thuis wonen en het verpleeghuis weer gedicht, en kunnen deze organisaties ook weer dagactiviteiten organiseren voor nog thuis wonende eenzame ouderen.

Verberg extra tekst.