Wonen en bouwen
Wonen en bouwen
JA21 standpunten
Door jarenlange verwaarlozing van het terrein van wonen en bouwen is er een groot tekort aan betaalbare koopwoningen en huurwoningen. Bevorder doorstroming door coördinatie van beleid door een minister van Volkshuisvesting en het wegnemen van een woud aan belemmeringen. Eigenwoningbezit dient te worden gestimuleerd in plaats van ontmoedigd. Woningcorporaties moeten hun taak oppakken om voldoende huurwoningen te bouwen.

JA21 wil:

  • Speculatie op de woningmarkt tegengaan.
  • De overdrachtsbelasting over de hele linie tot 2 procent verlagen en deze voor starters afschaffen voor de aankoop van iedere woning.
  • Reguliere huurders zekerheid bieden over hun woonzekerheid en een reële koppeling tussen inkomen en huurprijs bevorderen.
  • De bouw bevorderen door doelgroepen bij bouwen, verbouwen én ombouwen voor ogen te houden en een einde te maken aan overbodige regelgeving en ingewikkelde procedures die de woningbouw belemmeren en de prijs opdrijven.
  • De doorstroming bevorderen door voldoende betaalbare woningen te realiseren voor de middenklasse, wat leidt tot een verlaging van de druk op zowel de onderkant van de koopmarkt als van de sociale huurmarkt.
  • Woningen die geen massale anonimiteit uitstralen, die worden gebouwd in een omgeving waarin aandacht is voor (groene) leefbaarheid, waar ideologisch geïnspireerde obstakels de bereikbaarheid van de woning met de auto niet afstraffen en die aan het thuisgevoel van onze samenleving bijdragen.
  • De woningnood verkleinen door het stichten van een mooie, nieuwe stad van 75.000 tot 150.000 inwoners waar starters, jonge gezinnen en ouderen zich kunnen vestigen.
  • Woningcorporaties aansporen en stimuleren zich op hun eigenlijke taak, het bouwen van woningen, te richten.
  • Eigenwoningbezit stimuleren en eigendom respecteren, onder meer door het herinvoeren van de Wet Hillen en het afschaffen van het eigenwoningforfait (bijtelling woningwaarde op belastbaar inkomen).
  • Voorkomen dat gemeenten de ozb met sprongen verhogen om gaten in de begroting te dekken en voorkomen dat leges voor vergunningtrajecten in geen verhouding meer staan tot de bouwkosten.
  • Een aparte minister van Volkshuisvesting met voldoende bevoegdheden om van wonen en bouwen weer een bedrijvige bouwput te maken in plaats van een doolhof van misgelopen kansen en gestrande mogelijkheden.

Lees verder over dit onderwerp.
Wonen is een primaire levensbehoefte. De vraag naar woningen is groot in Nederland. Het tekort aan woningen is enorm. In 2024 zijn er 415.000 woningen te weinig in ons land. Tienduizenden mensen wonen in een huisje op een vakantiepark. Veel jongeren wonen nog bij hun ouders, terwijl ze het liefst een eigen huis zouden willen. Afgelopen tien jaar verdubbelde het aantal daklozen tot zo’n veertigduizend. Om aan de groeiende vraag te voldoen, moeten er komende tien jaar in totaal 845.000 woningen bij komen.

Een van de oorzaken van het tekort gaat terug op de bankencrisis van 2008, die ook in de bouw diepe sporen heeft getrokken. Vooral in de koopsector liep de bouw sterk terug. Vijfduizend bouwbedrijven stopten en van de 500.000 bouwvakkers zocht 40 procent elders werk. Hun aantal is een decennium later nog steeds niet op het oude peil. Intussen bleven de prijzen van bouwmaterialen stijgen. Dit leidde ertoe dat projecten financieel minder snel rond te krijgen zijn.

Een gemiddelde koopwoning kost 330.000 euro. Een hypotheek daarvoor vereist een inkomen van 75.000 euro per jaar. Volgens de Primos-bevolkingsprognose (ABF Research) kost een gemiddelde nieuwbouwwoning 411.000 euro, terwijl de helft van de toekomstige kopers een woning zoekt tot 255.000 euro. Voor middeninkomens is een koopwoning derhalve eenvoudig onbetaalbaar. Het desastreuze rentebeleid van de Europese Centrale Bank draagt bij aan de prijsopdrijving. Dit maakt het verder mogelijk om tegen steeds lagere rente steeds hogere hypotheken af te sluiten. Dit effect wordt versterkt nu particulieren meer kunnen lenen door ruimere leennormen voor hypotheken én investeren in woningen dankzij de lage rente toenemend interessant wordt voor vastgoedbeleggers. JA21 steunt het beleid om speculatie op de woningmarkt tegen te gaan. Voor particuliere kopers is een eenvoudige fiscale maatregel om de kosten te drukken het permanent verlagen van de overdrachtsbelasting over de hele linie tot 2 procent voor iedere woning en het afschaffen ervan voor starters.

Wat voor kopen geldt, geldt eveneens voor de huurmarkt. Gecorrigeerd voor de inflatie stegen de huurprijzen in de laatste kwart eeuw met 21 procent. De gemiddelde cao-lonen stegen in diezelfde periode met slechts 8 procent. Veel starters, als ze al een woning vinden, betalen nu al meer dan de helft van hun inkomen aan huur. Onze hoofdstad is een exorbitant voorbeeld van de scheefgroei in woonlasten. In 1911 waren Amsterdammers gemiddeld nog 16,2 procent van hun inkomen kwijt aan een woning. In 2015 was dat gestegen naar 38,9 procent. Een ontwikkeling die veel huurders het wonen zuur maakt, is de mogelijkheid om de duur van huurcontracten sterk te verkorten tot een duur van maximaal twee jaar (Wet Doorstroming huurmarkt uit 2016). Dat moet verhuren zo aantrekkelijk mogelijk maken. Het is gelukt, want dit instrument dat slechts incidenteel zou worden ingezet, blijkt sluipend een middel te zijn geworden om reguliere huurders in onzekerheid te laten en de prijzen te kunnen verhogen. Wonen vraagt om zekerheid. Het gaat immers om huurders die in toenemende mate geen zekerheid meer hebben over werk en inkomen. De situatie waarin het verband tussen inkomen en huurprijs zoek raakt, vraagt om correctie. Malafide verhuurders moeten worden aangepakt. Daar waar nodig, moet het wettelijk instrumentarium daartoe de mogelijkheden bieden.

Nodeloos strenge regelgeving en ingewikkelde procedures werken belemmerend en drijven de prijs op. Zo is EU-regelgeving in Nederland vertaald in Bijna EnergieNeutraal Gebouw (BENG). Bij alle vergunningsaanvragen voor de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 dienen de te bouwen woningen te worden gebouwd conform de BENG-normen. Deze zijn vele malen strenger dan de 0,6 Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) waaraan nieuwbouwwoningen tot dan toe moesten voldoen. Strengere regels over geluidshinder dreigen nieuwbouw in delen van Noord-Holland en Zuid-Holland onmogelijk te maken, vanwege de geluidsnormen voor Schiphol. Ook de noodzaak van spoedwetgeving om de verlammende invloed van PFAS en stikstofnormeringen op de bouw te verlichten, toont genoegzaam aan dat bij regelgeving met omgevingseisen van uiteenlopende aard voortaan van meet af aan de gevolgen voor de bouw dienen te worden meegenomen.

Een andere oorzaak van de druk op de woningmarkt is de massale immigratie. Jaarlijks komt er in Nederland een stad bij met de omvang van Zwolle of Leiden. Asielzoekers hebben met voorrang recht op een sociale huurwoning. Gemeenten zijn verplicht de voorraad huurwoningen aan de markt te onttrekken door verplichte quota voor het huisvesten van asielzoekers. Aan de gedwongen spreiding en de huisvestingsplicht, in 2021 gaat het om 27.000 statushouders, moet een einde komen.

Intussen bouwen woningcorporaties veel te weinig woningen. Ze realiseren jaarlijks slechts 62 procent van hun bouwplannen. Behalve met externe oorzaken als regels en procedures heeft dit met een gebrekkige eigen prioriteitenstelling en planning te maken die corporaties afleidt van de eigenlijke doelstelling: voldoende woningen garanderen in de sociale sector. Een financieel obstakel dat kan worden weggenomen, is de verhuurdersheffing voor sociale verhuurders die in 2013 in het leven is geroepen. Deze volgde op een reeks schandalen waarin frauduleuze corporatiedirecteuren met hun risicovolle commerciële projecten het sociale bouwen in gevaar brachten. De heffing schiet haar doel voorbij, doordat de belasting van jaarlijks liefst 1,7 miljard euro de nieuwbouw van sociale woningen remt. JA21 kan zich voorstellen dat deze heffing wordt afgeschaft, maar dan gekoppeld aan dwingende prestatieverplichtingen die financieel worden gesanctioneerd bij het niet behalen van bouwdoelstellingen. Het klimaatbeleid legt verder het volle gewicht op het verduurzamen van woningen. Hierdoor is minder geld beschikbaar voor de eigenlijke taken van woningcorporaties, namelijk het bouwen van woningen. Om investeren in de bouw van huurwoningen aantrekkelijker te maken, dient te worden bezien welke belemmeringen die private marktpartijen in de weg staan uit de weg kunnen worden geruimd.

Onze steden zijn feitelijk uitgegroeid. Verdere woningbouw in de bestaande urbane gebieden zal onherroepelijk leiden tot vernietiging van het al beperkte groen en afname van de leefbaarheid. JA21 wil de woningnood verder verkleinen door het stichten van een nieuwe stad. Een nieuwe stad van 100.000 tot 150.000 inwoners kan in de toekomst de plek zijn waar starters, jonge gezinnen en ouderen hun heil kunnen vinden. Veel groen, mooie grondgebonden laagbouw, fraaie natuur, goede voorzieningen en een gezellig stadscentrum. Geen slaapstad dus met een doods stadshart. In de nieuwe stad is ruimte voor speciale starterswoningen voor een behapbaar bedrag en onder voorwaarden die doorverkoop reguleren. De keuze voor de locatie van de nieuwe stad zal worden bepaald op aanvraag vanuit de regio’s en via inspraak van burgers en de provincies. De bouw van een nieuwe stad geeft een enorme impuls aan de werkgelegenheid.

Doorstroming op de woningmarkt vraagt om bouwen, maar ook om verbouwen en ombouwen. Het bevorderen van flexibiliteit is daarvoor onontbeerlijk. De woningmarkt is te weinig ingericht op de specifieke behoefte van woningzoekenden, over de volle linie van student tot oudere. Het beeld varieert van onvoldoende inspelen op de vraag naar huisvesting voor eenpersoonshuishoudens tot niet tegemoetkomen aan de vraag naar ruime woningen die omzien naar elkaar mogelijk maken. Wonen dient nadrukkelijker te worden verbonden met brede maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Mensen hebben recht op een woning die aan hun wensen en behoeften voldoet, op een woning die ze behalve als een huis herkennen als hun eigen thuis. Woningen die geen massale anonimiteit uitstralen, die worden gebouwd in een omgeving waarin aandacht is voor (groene) leefbaarheid en waar ideologisch geïnspireerde obstakels de bereikbaarheid van de woning met de auto niet afstraffen, dragen bij aan het thuisgevoel in onze samenleving. Dat vraagt om aandacht voor inbreiding, vernieuwing van buurten en wijken, transformeren van gebouwen met een andere bestemming, zoals kantoren en voormalige bedrijven, tot woningen en het zoeken van aansluiting bij bestaande straten, buurten en wijken. Het wegnemen van administratieve belemmeringen is nodig om vergunningverlening mogelijk te maken en te versnellen, daarbij gericht inspelend op behoeften die de samenleving laat zien. Daarbij is in ieder geval duidelijk dat het middensegment om een snelle toename van het aanbod vraagt. Het realiseren van voldoende betaalbare woningen voor de middenklasse bevordert de doorstroming en leidt tot een verlaging van de druk op zowel de onderkant van de koopmarkt als van de sociale huurmarkt.

Eigenwoningbezit dient te worden gestimuleerd. Corporaties moeten worden gestimuleerd huurders te helpen met het kopen van hun woning. Eigendom dient te worden gerespecteerd. Dat zou een vanzelfsprekende overweging moeten zijn. Maar in navolging van de auto gaat de overheid eigen huis en haard steeds meer beschouwen als een melkkoe. We gaan ernaartoe dat iedere woning met een prijs boven het gemiddelde wordt beschouwd als onnodige luxe en derhalve vrijelijk door de staat af te romen vermogen. Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek, waarvan het tempo in tegenstelling tot beloften wordt versneld, is een maatregel die moet leiden tot het verminderen van schulden. Dan is het bijzonder wrang en onrechtvaardig dat zodra de schulden eenmaal zijn afgelost, dezelfde woningeigenaar met een extra belasting wordt gestraft. Voor wie vanwege een kleine eigenwoningschuld geen of weinig rente betaalt, is het eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning. Op grond van de Wet Hillen bestaat er recht op een aftrek. Vanaf 2019 wordt deze aftrek echter over 30 jaar afgebouwd. De principiële reden voor deze afbouw is onredelijk. JA21 wil de bijtelling van woningwaarde op het belastbare inkomen (eigenwoningforfait) afschaffen. Ook de villatax, een jaloeziebelasting op woningen in het hoge segment waaronder door de prijsstijging steeds meer woningen zullen vallen, dient te worden afgeschaft of in ieder geval mee te groeien met de marktprijzen, zodat alleen de werkelijke top van de woningmarkt wordt belast.

Behalve naar het Rijk kijkt JA21 naar de gemeenten. De gemeentelijke woonlasten zullen in 2021 aanzienlijk sterker stijgen dan de inflatie. Volgens berekeningen van onderzoeksinstituut COELO betalen huurders 8,0 procent meer en woningeigenaren 6,2 procent. De afvalstoffenheffing stijgt het sterkst, gevolgd door de onroerende zaakbelasting (ozb). Op het niveau van gemeenten, die als ‘eerste overheid’ het dichtst bij de inwoners staat, dient te worden voorkomen dat de ozb met sprongen worden verhoogd om gaten in een ambitieuze begroting te dekken en dat de leges voor vergunningtrajecten in geen verhouding meer staan tot de bouwkosten.

Terwijl de markt stagneert, geeft het Rijk steeds minder thuis. Met de afnemende betrokkenheid van Den Haag verdwenen de sturing op wonen en bouwen en ook de subsidies. Het afschaffen van het ministerie van Volkshuisvesting (en Ruimtelijke Ordening en Milieu) in 2010 spreekt boekdelen. Sinds 2017 bestaat er zelfs geen minister meer zonder portefeuille die wonen erbij klust. Deze situatie is een logisch gevolg van jarenlang beleid waar de politieke prioriteiten alle richtingen uitgaan, behalve naar bouwen en wonen. Om wonen en bouwen weer in de steigers te zetten, is een nationale regie nodig. Daarbij horen harde prestatieafspraken. De situatie in steden is anders dan die in de landelijke regio’s. De Randstad kent andere opgaven dan krimpregio’s. Centrale coördinatie van kernopgaven maakt het mogelijk de druk op de Randstad te verminderen en oog voor te hebben voor uiteenlopende ontwikkelingen in kennisregio’s aan de ene kant en krimpregio’s aan de andere kant. Wonen en bouwen dienen nadrukkelijk in het teken te komen staan van bereikbaarheid en goede verbindingen, zowel fysiek als digitaal. Voor een totaaloverzicht is een aparte minister van Volkshuisvesting nodig met voldoende bevoegdheden om van dit terrein weer een bedrijvige bouwput te maken in plaats van een doolhof van misgelopen kansen en gestrande mogelijkheden.

Verberg extra tekst.